Op zoek naar Japanse tuinen deel 3

5

TUINEN IN NEDERLAND

Het eigendom ontleende zijn waarde in de eerste plaats aan het tuinlandschap van 33 are, want het huis zelf had geen verdiepingen en was niet bijzonder groot… Een tuin van 33 are is te klein om van een heus landschap te spreken, maar omdat een vermaarde ontwerper zich tot het uiterste had ingespannen, leek onze tuin veel geheimzinniger en afgelegener dan hij was… Aan de rand van de beek was een hertenverjager geïnstalleerd – een bamboehouten pijp die zich helemaal met water vulde, waarna hij kantelde, leeg stroomde en met een schelle klap terugviel op de bijbehorende steen. Om er mooi uit te zien, moest  het een pijp zijn van jonge, groene bamboe, waartegen het wit van de opening zich duidelijk aftekende, en de tuinier moest hem dus om de haverklap vervangen. De hertenverjager wordt ook wel Chinese mortier genoemd en komt al voor in de gedichten uit de 14e eeuw, zoals dit:

 is het water
stroomopwaarts
zo loom geworden
de hertenverjager
hoor je haast niet meer!

Toen ik een jaar of vier was oefende de holle klap van de hertenverjager een mateloze aantrekkingskracht op mij uit.

Junichirō Tanizaki
De brug der dromen (1959)

Behalve in de Hortus Overzee in Den Helder en het Máximapark in Utrecht kun je in Nederland nog andere openbare Japanse tuinen observeren, onder meer in Noord-Holland, Zuid-Holland en Limburg. We lopen ze allemaal even langs in volgorde van de jaren, waarin ze zijn aangelegd.

1913 Wassenaar, Clingendael Japanse tuin – 68 are

1972 Amsterdam, Amstelpark Japanse tuin – 20 are

1988 Venlo, kasteeltuinen Arcen Japanse tuin – 11 are

1990 Leiden, Hortus botanicus Von Siebold Gedenktuin – 0,8 are

2000 Den Helder, Hortus Overzee Ontmoeting der stromen – 25 are

2000 Amstelveen, Amsterdamse bos Bloesempark – 550 are

2016 Utrecht, Máximapark Japanse tuin in aanleg – 0,5 are

 De Japanse tuin of Japonaiserie van 68 are tegenover theeschenkerij IJgenweis op het landgoed Clingendael (gemeente Wassenaar), in beheer bij de gemeente Den Haag, is in 1913 als privétuin aangelegd door de toenmalige eigenaresse van het landgoed, Marguérite M. Baronesse van Brienen (1871-1939), ook wel freule Daisy genoemd. Per schip heeft zij meerdere reizen naar Japan gemaakt. Van daar heeft zij een aantal lantaarns, een watervat, beeldjes, het paviljoen, de bruggetjes en enkele planten naar Nederland gehaald. Naast Aziatische planten en bomen groeien er eiken, dennen, beuken en honderd soorten mos in de Japanse tuin. De oorspronkelijke (kwetsbare) aanleg met de grillig gevormde vijver, het slingerende watertje en de kronkelende paden is vrijwel ongeschonden bewaard gebleven. Sinds de jaren ’60 is de tuin (een aantal weken in het voor- en najaar) geopend voor publiek (website denhaag.nl).

 

Amstelpark in Amsterdam (stadsdeel Zuid, voormalige hofstede Amstelrust) is in 1972, samen met een deel van het Beatrixpark, aangelegd als de eerste tuinbouwtentoonstelling ter wereld, de Floriade, die 5 miljoen bezoekers trok. Het Amstelpark park meet 7.000 are. Aan de grote vijver ligt de Japanse tuin, groot circa 20 are. Naar aanleiding van de viering van de 400-jarige relatie van Nederland met Japan is in 2001 besloten de tuin volledig te renoveren. De nieuwe lage beplanting bestaat onder andere uit maagdenpalm die prachtige bloemen krijgen in het voorjaar. Dit is gecombineerd met hoge bomen. Ook zijn er enkele bonsaiboompjes neergezet en is er wat zwart bamboe bij geplant, aldus de website amstelpark.info.

De kasteeltuinen van 3.200 are in het Noord-Limburgse Arcen (gemeente Venlo) bestaan uit meer dan vijftien tuinen, waaronder drie patiotuinen, met name een knotting garden (knooptuin, Renaissance), een Chinese tuin en een Japanse tuin van 11 are, die is aangelegd in 1988 (www.kasteeltuinen.nl). Deze tuin biedt een combinatie van verschillende elementen uit de Japanse tuinarchitectuur, zoals de Acers (Japanse esdoorn), de bamboe en een waterelement. (website kasteentuinen.nl). In de zomer organiseert museum Klok & Peel Oosterse dagen in Arcen.

 

De Von Siebold Gedenktuin ligt in de Hortus Botanicus (3,5 ha) van de Universiteit Leiden (website hortusleiden.nl, circa 170.000 bezoekers per jaar). De Leidse Hortus werd gesticht in 1590 en is oudste van West-Europa. De Hortus is verbonden met de namen van Linnaeus, Boerhaave en een aantal legendarische hortulani (hortulanus = technisch beheerder). Ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Hortus werd in 1990 in samenwerking met de Clusius Stichting en gesponsord door het bedrijfsleven en particulieren een Japanse tuin aangelegd, die verbonden is met de naam van Von Siebold. Wie was Von Siebold? De Duitse arts Philipp von Siebold (1796-1866) werkte van 1823-1829 bij de Nederlands-Japanse handelspost van de VOC op Deshima (Nagasaki). In Japan werd hij bekend als docent Westerse geneeskunde, in Nederland door de import van onder andere meer dan 730 uitheemse plantensoorten, waaronder de hortensia, die hij vernoemde naar z’n Japanse vrouw. Samen met de Duitse botanicus en hoogleraar Joseph Zuccarini werkte hij aan de Flora Japonica (1835-1870). De verkoop van het boek bleef achter bij de verwachtingen, zodat Von Siebold zijn huis in Leiden (later Kantongerecht resp. Japanmuseum) moest verkopen en terug ging naar Duitsland. Von Siebold werd in 1842 door koning Willem II in de adelstand verheven met het erfelijke predicaat jonkheer. In 2023, 200 jaar na zijn vertrek naar Japan, zal het Naturalis Biodiversity Center in Leiden Von Siebold eren met een tentoonstelling (website naturalis.nl).

Carla Teune is sinds haar pensionering actief als vrijwilliger in de Hortus. Op 23 maart 2018, tijdens een interview onder het genot van een kopje koffie, vertelt ze over de Japanse tuin, die is ontworpen door Wybe Kuitert en aangelegd samen met twee hoogleraren uit Japan (Kyoto University of Art and Design), met name Hiromasa Amasaki (1931) en Makoto Nakamura (1946), voor de steenzetting en technische hulp. De tuin is een langgerekte halfopen hortus conclusus aan de westrand van de Hortus, die aan de Witte Singel grenst. De waterkant is open, de Hortuskant afgesloten door een manshoge muur, die op één punt is onderbroken voor een inkijkje – of een blik naar het Oosten vanuit het interieur. De tuin is ingericht als droge landschapstuin (karesansui) van grind met stapstenen langs brede groene borders en een eiland. De toegepaste rotsblokken zijn geschonken door de landbouwuniversiteit van Uppsala in Zweden (hoge transportkosten) en de Nederlandse Deltawerken. De keramische pannen voor de muurafwerking zijn Japans en de planten komen uit Boskoop. Een tuin met opvallend weinig bloemen, lees ik in de Hortus-brochure Japan & Von Siebold. En geen mossen, weet Carla, want kleigrond … Samen maken we een wandeling in het zonnetje naar de tuin en eromheen, langs de muur, in de richting van het water en dan de hoek om naar een pad terug van stapstenen in het gras van het talud langs de bomen aan de singel. Daar wordt je blik eerst naar het water getrokken en gaandeweg ook naar de open kant van de tuin aan je andere hand, spannend – genius loci … Carla wijst naar de Japanse olm (Zelkova serrata) op het eiland, die door Von Siebold zelf is geplant in 1830, inmiddels een indrukwekkende boom. Elders in de Hortus staan nog 15 andere door hem geïmporteerde soorten. Aan het einde van het pad betreed je de tuin langs een kopergedekt cederhouten prieel met een lage zitbank erin en kijk je terug over de lengteas van de tuin. Daarmee lijkt het rondje voltooid, totdat je je omdraait om te gaan zitten en via (de omlijsting door) het paviljoen in de ogen van Von Siebold kijkt, wow! Diens bronzen buste op een stenen sokkel staat opgesteld in een afzonderlijk kleiner deel van de tuin met een smalle border van hortensia’s (Hydrangea). In gedachten probeer ik een storyboard van de tuinenscenering te tekenen. De buste van Von Siebold, vult Carla aan, is gemaakt door de beeldhouwer Oswald Wenckebach en al in 1932 onthuld door een kleinzoon van Von Siebold en een kleinzoon van diens hoofdtuinman J. Mater.

 Tijdens de eerste twee dagen van de jaarlijkse snoeidagen in Den Helder wordt er vooral hard gewerkt, op de derde dag komen ook de verhalen los. Die dag is vandaag, donderdag 1 februari 2018. Het is frisjes. Vroege trein van Rotterdam naar Den Helder, die er 2,5 uur over doet, in de rugzak The good earth voor Wybe Kuitert.

De Hortus Overzee ligt middenin een woonwijk op nog geen 10 minuten lopen van het kopstation. Zoekend tussen de gebouwen van de werkplaats, het kantoor, de tropische palmenkas en de vlindertuin komt de hortulana Juul van Dam me tegemoet lopen. We maken kennis en wandelen vervolgens via de Oranjerietuin naar de oever van de ronde vijver in de Japanse tuin. Hier kun je lengteas van de tuin overzien … Op de achtergrond staan hoog opgaande bomen (kraanvogels) en is de bron (oorsprong) annex waterval verborgen, waaruit het water (leven) verticaal omlaag stroomt en via een horizontale stenen brug (bij de bron, aarde – water) en een geronde houten brug (bij een eiland, hout – water) naar het eiland halverwege (schildpad), dat de stroom in tweeën splitst, tot in de vijver op de voorgrond waar ze weer samenkomen (ontmoeting der stromen). Kraanvogel en schildpad zijn symbolen van een lang leven. Het eiland refereert aan het mythologische eiland waar mensen met het levenselixer eeuwig leven. Op het eiland groeit daarom een altijd groene boom (eiland – schildpad – mythe – boom). Tenminste, dat vraag ik me af terwijl ik de lengteas van de tuin observeer … Schuin voor de vijver ligt een wit grindveld met een paar losse keien erin. Het is geen zen-tuin in aanleg, zal later blijken … Hopen gesnoeide takken liggen verspreid overal in de tuin. Op het schelpenpad bij een moerbeiboom (Broussonetia = papiermoerbei) ter hoogte van het eiland staat Wybe, in gesprek met Yanaika Zomer, schrijver en journalist bij tekstbureau De schrijfmachine uit Den Helder, die aantekeningen maakt. Zij is bezig om de verhalen van de Japanse tuin te verzamelen en te documenteren voor de website hortusoverzee.nl. Een handvol van deze verhalen heb ik een plaats mogen geven als grijze keien in de metaforische tuinen van mijn opstellen. Na een vluchtige begroeting en kennismaking begint mijn dagtaak, observeren en luisteren: gisteren volle maan, Salix babylonica (treurwilg), bloei- en snoeiwijze, conditie, kleur en geur, symboliek, waarom in deze tuin, op deze plek, in combinatie met – dat wordt hard luisteren vandaag! … Onder de koffie in het lage zitje van de backoffice maak ik kennis met officemanager Marieke Pollmann en met Melany Tegelberg, die de jaarlijkse Japanse week in Den Helder organiseert, dit jaar van 25 juni – 1 juli. Wybe laat zijn ontwerp zien voor een houten paviljoen met zicht op de vijver en de inpassing op het braakliggende grindveld.  Een aanwinst voor de Japanse tuin, maar er moeten nog wel middelen voor gevonden worden … Tot aan de lunch bekijken we de overige onderdelen van de tuin met enkele Nederlandse citaten, waarover nog verhalen gemaakt moeten worden. Het pad door de tuin is geen grind- maar een schelpenpad en aan het pad grenst een pleintje, dat is belegd met kops gezette gele IJsselsteentjes. Ook de meer dan 300 ton grote keien, die in de tuin zijn toegepast, komen van vaderlandse bodem. Het zijn basaltblokken, die een hoog soortelijk gewicht hebben en geschikt zijn als stortstenen voor de zeewering, afkomstig uit het calamiteitendepot van het Hoogheemraadschap.

Pinus heldreichii
Pinus leucodermis (Bosnische den)
Een lang leven toegewenst

 Heel soms speelt Hortus Overzee een beetje vals met de herkomst van de planten. In de binnenzee van Soto liggen veel eilandjes met dennen erop, maar de soort die daar groeit gedijt niet goed in een Helderse woonwijk. Een Griekse den, de Pinus heldreichii mag daarom de rol van Pinus luchuensis vervullen. Dennen staan symbool voor een lang leven, net als kraanvogels en schildpadden. Kraanvogels leven hier niet, maar onze vijver biedt een thuis aan een groeiende groep schildpadden. Wie zomers de tuin inloopt en ze zonnend aantreft op de stenen, wordt een lang leven toegewenst.

Na de lunch gaat Wybe terug naar de tuin om de den op het eiland te snoeien. In het kantoor aan de kop van een lange tafel maak ik kennis met Rob Dol (1942). Hij was een van de founding fathers van de Hortus Overzee en in 2000 ook betrokken bij de aanleg van de Japanse tuin. Zijn verhaal gaat over de kwekerij, loopbaan en er zijn, op de juiste plaats, op het juiste moment … Na de gesprekken en vervolgafspraken is het tijd om afscheid te nemen. Het was een gezellige dag en goed bestede tijd … In de trein terug blader ik wat in het vanmiddag via Rob aangeschafte boek, getiteld Botanische tuinen in Nederland (2017, website botanischetuinen.nl) en probeer alle indrukken en informatie van vandaag op een rijtje te krijgen, terwijl ik langzaam indommel.

Het verhaal van Rob Dol, voormalig hoofd van de ontwerpafdeling van de Plantsoenendienst … In den beginne is er de gemeentelijke kwekerij, het domein van de Plantsoenen- en Reinigingsdienst, waar in 1939 een palmenkas wordt gebouwd met spanten van Krupp-staal (thans materieel erfgoed). In 1990 krijgt de Dienst een nieuwe grotere locatie buiten de bebouwde kom. Voor de oude locatie blijft echter zowel vanuit het publiek als de scholen belangstelling bestaan. In 1991 roepen Pieter Blank (marineofficier) en Rob Dol (gemeente) een stichting (met vrijwilligers) in het leven om de exploitatie van de gronden (in erfpacht) en gebouwen (kassen en c.v.-installatie in zeer slechte staat) in eigendom van de gemeente over te nemen – een proces dat niet zonder slag of stoot verloopt en waarbij de naam Oranjerie De Groene Parel ontstaat. Met het oog op de viering van 400 jaar Nederlands-Japanse betrekkingen in 2000 wordt het idee opgevat om ook een Japanse tuin aan te leggen op een van de terreinen (25 are). Inspiratiebronnen zijn de Japanse tuinen van de Amsterdamse Floriade in het Amstelpark (1972) en de Leidse Hortus botanicus (1990). Bij het ontwerp en de uitvoering in 1998 zijn de drie hoogleraren betrokken, die de lezer al kent van de droge landschapstuin in Leiden, Wybe Kuitert, Hiromasa Amasaki en Makoto Nakamura. Zij werken met het idee van Makoto Nakamura als vertrekpunt, om iets te maken als Murin-an (1896) in Kyoto, een typische wandeltuin uit de Meiji-periode. In tegenstelling tot Leiden krijgt Den Helder echter een natte tuin (genius loci), die in fasen wordt gefinancierd en uitgevoerd (kosten 1 miljoen gulden, exclusief de inzet van vrijwilligers) … Hier aangekomen vertelt Rob ook over zijn eigen inzet in deze periode als opdrachtgever en gastheer. En over zijn reis naar Japan, de cursus Japanse tuincultuur aan de universiteit van Kyoto, de Japanse steenhouwer Kinzo Nishimura, die de lantaarn  maakte, en de Japanse snoeimeester Mitsuhiko  Iuchi, die naar Den Helder kwam.

Op een historische foto van de tuinaanleg in Den Helder wijst hij op de pink van prof. Amasaki, waarmee deze de machinist van de hijskraan instrueert om de basaltblokken stuk voor stuk exact in de juiste positie en op de juiste plaats te laten landen … In 2017 wordt Oranjerie De Groene Parel omgedoopt tot Hortus Overzee (1,2 ha, circa 5.000 bezoekers per jaar). De maritieme naamgeving Overzee refereert aan Den Helder als marinehaven (Nieuwediep), Nederlands-Indië, gordel van smaragd, militairen die vertrokken en terugkwamen van missies, migranten die repatrieerden. Soms brachten ze dan bijzondere bloemen en planten uit de Oost mee, zoals de orchideeën en cactussen, waarmee de collectievorming van de Oranjerie ooit begon.

Helderse inspiratie

 De klassieke Japanse tuintraditie schrijft voor de omgeving te gebruiken als inspiratiebron. Hortus Overzee ligt in Den Helder en dat is op allerlei manieren terug te zien. Een schelpenpad zal je in Japan niet aantreffen, maar past bij de Helderse kust en wordt door Japans bezoek erg gewaardeerd. De grote basalten keien zijn afkomstig van onze eigen Helderse zeedijk. Door de uitgesleten gaten blijven er laagjes water instaan, die spiegeltjes vormen zoals die ook terug te vinden zijn in traditionele tuinen. Vogels kunnen er heerlijk in badderen. De stenen in het water verwijzen naar schepen die aan de kade liggen en één steen wordt de butskop genoemd, naar de bruinvissen in de Waddenzee, die achter de haringen aanjoegen. Aan de rand van de vijver is een lantaarn te vinden, een ornament dat in geen enkele Japanse tuin mag ontbreken. Deze is geschonken door de Japanse professor Makoto Nakamura, die nauw bij de aanleg van de tuin was betrokken. De lantaarn is geïnspireerd door de Helderse vuurtoren De Lange Jaap.

Achter de opvallend grote Japanse tuin in Amstelveen, het Bloesempark in het Amsterdamse bos (grondgebied van de gemeente Amstelveen), schuilt een bijzonder verhaal, dat Joop Breedvelt, event manager van het Amsterdamse bos, op  2 mei 2018 vertelt. Het terrein van 550 are is namelijk de voormalige Gemeentekwekerij van Amsterdam. In 1997, de periode dat overheden zich gingen beraden op hun kerntaken, is de kwekerij opgeheven. De medewerkers zijn herplaatst en de diensten worden sindsdien ingekocht via private partijen … Amstelveen (Schiphol) huisvest de grootste Japanse gemeenschap van Nederland. In het kader van de viering van 400 jaar Nederlands-Japanse handelsbetrekkingen is de grond in 2000 herbestemd tot bloesempark. Er is onder meer een bamboebrug aangelegd met een lengte van 175 m1, de grootste in Europa. In 2000 heeft de Japanese Women’s Club in Nederland 400 kersenbomen geplant als geschenk aan de Gemeente Amstelveen. Elke boom heeft een vrouwennaam gekregen, optellend tot 200 Japanse en 200 Nederlandse namen  (facebook/japanseparkamstelveen).

In de lente, als de kersenbomen in bloei staan (sierkers = symbool voor wolken, kersenbloesem = sakura), wordt in en buiten Japan het lentefeest gevierd, het kersenbloesemfeest of hanami matsuri (hana = bloemen) met een picknick onder de bomen, een meer dan duizend jaar oude traditie. In Amstelveen wordt het jaarlijkse Cherry Blossom Festival georganiseerd door de Amstelveense afdeling van Amsterdam Inbusiness in samenwerking met de Japanese Women Club, de Japanse Kamer van koophandel, de Japanse Ambassade en de gemeente Haarlemmermeer. In 2019 stopt Amstelveen met de publiekelijke viering van het Cherry Blossom Festival. Het festival blijft wel bestaan, maar gaat terug naar de basis, waarbij alleen de zakelijke Japanse gemeenschap in Amstelveen wordt uitgenodigd (bron: persbericht 11 februari 2019).

Hoe zouden de bloesems er dit jaar bijstaan? Waren ze nog op tijd gekomen? Elk jaar weer hadden ze geen rust tot ze het tuinhek door waren en dit jaar vormde geen uitzondering. Maar ze waren de tuin nog niet binnengegaan of ze slaakten als uit één mond een kreet van bewondering voor de wolken van karmozijn die boven hun hoofd in de avondlucht leken te drijven. Dat ene ogenblik vormde het hoogtepunt van deze twee dagen. Dit moment van blijdschap was hun sinds het eind van de vorige lente het hele jaar bijgebleven.

Junichirō Tanizaki
Stille sneeuwval – De  geschiedenis van de gezusters
Makioka (1946)

Voor de Dutch Design Week van 2017 in Eindhoven had de vloerenfabrikant Forbo uit Krommenie haar stand in het Klok-gebouw ingericht als een alternatieve Japanse tuin met een aantal meer dan levensgrote linoleumbloemen. De bloemontwerpster, Linda Nieuwstad, koos ook een opvallende naam voor haar website: welikeart.nl.

 

6
TUINEN IN BELGIË EN DUITSLAND

Tuinieren is zwaarder werk dan Jacob gewend is, doch niettemin,  moet hij zichzelf bekennen, geniet ik er wel van. Zijn vermoeide ogen komen tot rust tussen het levende groen, roodmusjes plukken wormen uit de richels opgeworpen aarde, en een zwartgemaskerde gors, waarvan het lied klinkt als tinkelend bestek, kijkt toe vanaf de rand van de lege waterbak.

David Mitchell
De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet (2010)

In België zijn Japanse tuinen aangelegd in onder meer Hasselt, Oostende en Chevetogne. De bekendste Japanse tuin van Duitsland ligt in Düsseldorf.

1975 Düsseldorf, Tuin van reflectie – 50 are

1992 Hasselt, Japanse tuin – 25.000 are

2001 Oostende, Shin kai tei – 25 are

2003 Chevetogne, Japanse tuin bij museum – 1 are

2015 Chevetogne, Japanse tuin in kasteelgracht – 0,5 are

Door de grote Japanse bedrijven, die zijn gevestigd in het Duitse Düsseldorf (ThyssenKrupp), heeft de stad, evenals Amstelveen in Nederland, een Japanse buurt. Deze buurt wordt Klein Tokyo wordt genoemd vanwege de stedenband van Düsseldorf met Tokyo. Jaarlijks is er een festival met een vuurwerkshow, de Japan Tag, die 1 miljoen bezoekers uit heel Europa trekt – duizelingwekkend Düsseldorf. In Little Tokyo vind je allerhande speciaal-winkels, een kapper, een reisbureau en verschillende Japanse restaurants. Als dank voor de gastvrijheid van Duitsers hebben de Japanners in 1975 een Japanse tuin aangelegd van 50 are in het Nordpark aan de Rijn. Hieraan ontleent de tuin haar naam: Tuin van reflectie. In de tuin vindt men onder meer het Ekō-Haus der Japanischen Kultur en een  boeddhistische tempel. De tuin heeft een grote symbolische betekenis, van de bomen, vijver, stenen, tot de plaatsing van de lantarens en de plek waar je kunt zitten, overal is erg over nagedacht. De tuin is ontworpen door Iwaki Ishiguro & zoon en samen met zes andere Japanners aangelegd.

Hasselt, de hoofdstad van Belgisch Limburg, wordt vaak geassocieerd met shoppen. Toch ligt hier, in het 300.000 are grote Kapermolenpark, ook de grootste Japanse tuin van Europa – Hasselt heeft het. De tuin meet 25.000 are en is in 1992 aangelegd. Ze bevat onder meer het ceremoniehuis Korokan (plaats van rust en onderkomen voor reizigers), een theehuis, waterval en de zigzagbrug Yiatsuhashi. In de tuin wordt jaarlijks een volle agenda afgewikkeld van feesten, manifestaties, workshops, concerten, wedstrijden en wat al niet, die verbonden zijn met de Japanse kunst en cultuur, zoals het Chrysantenfestival in oktober. De tuin is geopend van eind maart tot eind oktober, niet op maandagen. De tuin kan ook virtueel worden bezocht via de website www.japansetuin.be, het eigen Wikipedia-lemma, een facebookpagina, een youtube-filmpje en twee boeken, waarvan er één als pdf-bestand op het internet is gezet … De geschiedenis van de tuin gaat terug tot 1985, het jaar van het  vriendschapscharter met de Japanse stad Itami, waardoor Hasselt en Itami zustersteden werden. Itami ligt in de prefectuur Hyogo en is bekend door het vliegveld van Osaka,   het Koyaikepark (met een groot model van de Japanse archipel in een vijver) en de belangrijkste sakebrouwerij van Japan. De financiële middelen voor de tuin werden bijeen gebracht door Itami en het bedrijfsleven in Japan, de Europese Unie, Vlaamse bedrijven en Japanse instellingen en bedrijven in België. De Japanse architect Takuyuki Inoue selecteerde de locatie in Hasselt en tekende voor het ontwerp. Bij de tuinaanleg werd de oorspronkelijke beplanting zoveel mogelijk gerespecteerd. Bomen en heesters werden bijgeplant, stenen werden geïmporteerd uit Oostenrijk en op doordachte wijze in de tuin geplaatst, er werden bruggetjes gebouwd, riviertjes en een waterval aangelegd en traditionele Japanse gebouwen toegevoegd, gemaakt van materialen, die uit Japan werden geïmporteerd. De aanleg werd uitgevoerd in 250 dagen ofwel driekwart jaar.

De Japanse tuin in Oostende ligt in het Koningspark achter de koninklijke villa aan de strandpromenade. De tuin van 25 are op zandgrond, die in 2001 is aangelegd door de Japanse tuinarchitect Takasi Sawano in de zogeheten kalyusschiki-stijl, draagt de naam Shin kai tei (diepe zee tuin). In het hart van de tuin ligt  een vijver met de vorm van een schildpad.

 

In de Belgische provincie Namen (Wallonië) bij Rochefort ligt het provinciale domein Chevetogne. Het is een uitgestrekt natuur- en recreatiegebied van 550 ha met wandelpaden, speelfaciliteiten en tuinen, alsmede een aantal gebouwen, waaronder een klooster, een kasteel en een natuurmuseum. Met een mix van wild enerzijds en elegante nette tuinen anderzijds biedt het park een mooie landschappelijke diversiteit. Er zijn 12 thema-tuinen aangelegd, ontworpen door de Antwerpse architect Benoît Fondu.

In het kalksteenlandschap met verweerde bruine klei achter het Nature Extraordinary Museum (NEM) ligt een Japanse tuin van circa 10×10 m2 ofwel 1 are, ontworpen door Wybe Kuitert en in 1 week aangelegd in 2003. Aansluitend bij het landschap zijn vooral coniferen (Japanse Tsuga) toegepast. De tuin is bedoeld is om van één kant te overzien. Het ontwerp is een spel van tegenstellingen: rechts en links, licht en donker, verticaal en horizontaal, bladverliezend en immergroen, tere bloesem en harde coniferen. De tuin is alleen geopend bij speciale gebeurtenissen. Dan worden de schuifdeuren (op z’n Japans) geopend om de tuin te kunnen betreden.

Het gerenoveerde kasteel elders op het domein van Chevetogne heeft een drooggevallen kasteelgracht rondom. In deze laag gelegen ruimte, die zich onttrekt aan het omliggende parklandschap, is in 2015 door Benoît Fondu ook een Japanse tuin aangelegd. De tuin van circa 0,5 are is geïnspireerd door zowel karesansui, de Japanse droge tuin, als door origami, de Japanse kunst van papiervouwen. Het ontwerp heeft de vorm van veelvlakken, die zijn uitgevoerd in cortentstaal. In enkele veelvlakken groeien blauweregens (Wisteria sinensis). Deze afgezonderde lees- en meditatietuin in Japanse stijl, die de sublieme fusie van gesteente en vegetatie viert, onthult zijn charmes aan de ingewijden in buiten-gewone natuur.

 

Met de expositie Dissident gardens (2018) richt Het Nieuwe Instituut in Rotterdam (voorheen Nederlands Architectuurinstituut) de blik op de meest actuele uitingsvormen van de klassieke strijd tussen natuur en cultuur. De tentoonstelling is ontworpen door de architect Andrés Jaque, oprichter van The office for political Innovation.

Het Nederlandse landschap is het directe resultaat van menselijk handelen en vormt het meest productieve, agrarische landschap ter wereld. De expositie Dissident gardens biedt een even kritische als actuele blik op de huidige verhouding tot dit ontworpen landschap als product van verbeelding en controle, door nader in te gaan op enkele recente ontwikkelingen. Voor Gallery 1 heeft Frank Bruggeman een tentoonstellingsmodel ontwikkeld over de verregaande rationalisering van het agrarische landschap: Biotopia, Smart farming (de mogelijke rol van de ontwerper als boer), Gardening Mars (als laatste utopie)  en Pleasure Parks (het vakantiepark als uitkomst van een veranderende relatie tussen landschap en stad). In Gallery 2 stelt curator Mark Wigley de verregaande verstrengeling van de mens en de technologie aan de orde onder de titel The human insect: Antenna Architectures 1887-2017.

Cryptomeria japonica
Japanse cipres
Eervolle vermelding in de bouwkunst

Japanse cipres is de nationale boom van Japan en kan een hoogte van meer dan 50 meter bereiken. Vanwege de boogvormige naalden wordt hij ook sikkelcipres of sikkelden genoemd. De geslachtsnaam is afgeleid van het Griekse krypto (verbergen) en meris (deel) en slaat op de verborgen bloemdelen. Bij de vele tempels in Japan groeien soms enorme exemplaren. Hun leeftijd wordt geschat op 1000 tot 3000 jaar. Veel Japanners vereren deze oude bomen. In het wild is de soort bijna bedreigd. Cryptomeria japonica is oersterk en groeit razendsnel. Hij kan tyfoons weerstaan. Waarschijnlijk doet hij het daarom erg goed in de Helderse zeewind. Zo goed zelfs dat hij zich soms uitzaait in de dakgoot van het schuurtje ernaast. Hortus Overzee zet de boompjes over in potten om daar verder te groeien. De Cryptomeria vormt het belangrijkste fundament voor de Japanse bouwtraditie. Zo’n 90% van de traditionele Japanse architectuur is gebouwd van Cryptomeria japonica. Japanse eetstokjes zijn gemaakt van het restproduct. De bomen zijn zo geschikt om mee te bouwen omdat ze heel snel groeien en weinig zijvertakkingen en knoesten hebben. Ze groeien recht omhoog en zijn aan de bovenkant bijna even dik als aan de onderkant. Als de schors is verwijderd, worden de lange, gladde pilaren opgewreven met rijstkiemen. Zo komen de natuurlijke golven van de stam het beste tot hun recht gaat het hout prachtig glanzen.

 

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.