Op zoek naar Japanse tuinen – slot

7

PARTICULIERE TUINEN

 Achter het huis bevond zich een grote tuin in Japanse stijl, die volop gebruik maakte van de schuine bergflank. Er was een trap en er lagen grote stenen gearrangeerd, waartussen wandelpaadjes kronkelden. De azaleastruiken waren mooi gesnoeid en pijnbomen in heldere tinten strekten hun takken uit in de lucht. Daar voorbij was ook nog een prieel. Daarin stonden ligstoelen met verstelbare rugleuning, zodat je er rustig wat kon lezen. Een koffietafel stond er ook. Hier en daar waren lantaarns en andere tuinverlichting aangelegd.

Haruki Murakami
De moord op commendatore II (2017)

 

Tijdens mijn zoektocht kwam regelmatig de vraag op in hoeverre Japanse tuinen authentiek Japans zijn, of bijvoorbeeld ook wel een beetje Chinees, of ook wel een beetje wat je er zelf van maakt, zoals bij de website huisentuinmagazine.nl met 35 voorbeelden en ideeën voor een Japanse tuin. Totdat ik stuitte op het boek getiteld Japanese Gardering (2010, 256 blz., website hermeshouse.com), een rijk geïllustreerde encyclopedie van de Britse tuin- en landschapsarchitect Charles Chesshire en de architectuur- en tuinfotograaf Alex Ramsey. Een Japanse tuin zit boordevol oude symboliek en magie, is een visueel feest en biedt een auditieve en tactiele ervaring, aldus het boek, dat u een handleiding biedt om zelf zo’n tuin te bouwen. Het begeleidt u stap voor stap, met 700 getekende kaarten en foto’s. En inderdaad, het boek leest als een degelijk en smakelijk receptenboek. Bovendien is de inhoud toegankelijk gemaakt door een uitgebreid register.

In Boskoop (gemeente Alphen aan den Rijn) is niet alleen het grootste Japanse tuincentrum van Europa te vinden (website yokosojapanesegardens.com), maar ook het Boomkwekerijmuseum is er gevestigd (website boomkwekerijmuseum.nl).

Voor koi-karpers (cyprinus carpio, de nationale vis van Japan – die tegen de rivier opzwemt) om de siervijver mee te vullen moet men overigens elders terecht. Wat kan er verder dan nog misgaan, zou je denken.

Voor dit opstel heb ik naar Japanse tuinen gezocht in particulier eigendom, die niet, niet altijd of uitsluitend op afspraak dan wel tegen relatief hoge kosten toegankelijk zijn. Ook van deze tuinen heb ik geen volledig overzicht gevonden. Opvallend is wel de voorzichtige opmars van Japanse tuinen op facebook, zie bijvoorbeeld de tuinen in Leyenburg en Oude Pekela. Op basis van typologische verschillen heb ik negen tuinen geselecteerd. Daarom is van drie Amsterdamse tuinen, met name de watertuin in de Von Zesenstraat (Dapperbuurt), een zen-tuin van 6×4 m2 (Osdorp) en de binnentuin van hotel Okura (De Pijp) alleen de laatste opgenomen. De negen tuinen liggen in Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland, Friesland en Overijssel. Om de achterliggende verhalen op te sporen heb ik ruimhartig het internet geplunderd, soms met eigenaars, beheerders en hoveniers gebeld, gemaild en eenmaal op locatie geïnterviewd.

1998        Lelystad, particulier, Tsubo-en tuin – 7 are
1998        Zoetermeer, particulier, Japanse tuin – 1,2 are
1998        Amersfoort, DierenPark, Japanse tuin – 20 are
2000        Rijssen, particulier, Japanse tuin – 1 are
2000        Naaldwijk, restaurant, Japanse binnentuin – 7 are
2006        Boelenslaan, op afspraak, Japanse tuin – 4,5 are
2010        Oudega, particulier, Japanse tuin – 3 are
2013        Amsterdam, hotel, Japanse binnentuin – 0,5 are
2015        Gouda, particulier, Japanse tuin – 1,4 are

 

Op de zeeklei van Lelystad hebben Marijke en Piet Patings in 1998 na een gedegen voorstudie hun zen-tuin Tsubo-en gebouwd, een karesansui-tuin ter groote van circa 7 are rond hun woning bij het Flevo Golf Resort. De woning is ontworpen als een Prairie house van Frank Lloyd Wright, de Amerikaanse architect die ook het legendarische Imperial Hotel (1923-1968) in Tokyo bouwde. Het golfresort, de woonbuurt, de woning, het woninginterieur en de tuin vormen een geheel van ruimtelijk geïntegreerde schakels. De website zen-garden.org biedt een informatief overzicht en inzicht. Woning en tuin zijn in 2017 verkocht in onzekerheid over het toekomstig beheer van de tuin.

In de achtertuin van 6×20 m2 van hun woning in een jonge Zoetermeerse woonwijk hebben Ikenaba-beoefenaar (kado-ka) Marij en haar man Joseph Geenen in 1998 eigenhandig een Japanse zen-tuin ontworpen en aangelegd. Hun voornaamste inspiratiebron was niet de Floriade van 1992 in Zoetermeer, maar de Japanse tuin op het landgoed Clingendael. De tuin is bereikbaar vanuit het huis en door een poort via het loopgrind in de voortuin. Behalve kleuren in alle seizoenen bestaat de tuininrichting uit een vijver, een overdekt wachthuis (machiai) en een theehuis (moji). Het onderhoud beperkt zich tot het regelmatig schoonhouden van het grind, het opruimen van vallend blad (op het mos), de heestersnoei in het vroege voorjaar en het onderhoud van de vijver, die af en toe een schoonmaakbeurt krijgt. Al met al is het een onderhoudsarme tuin.  De tuin is gepubliceerd in het tijdschrift Groei & bloei (mei 2012). Daarin lezen we onder meer: … wauw, zullen de bezoekers uitroepen, dit hadden wij niet verwacht, hier in Zoetermeer. Ze zien eerst de terrasvlonder van vergrijsde, houten planken. Dan een vierkante vijver waarin het jonge blad van de lelie zich aarzelend ontvouwt op de waterspiegel. Ze nemen het aangename geluid waar van een kabbelende waterstroom, die de levensstroom symboliseert. De gastheer zal zijn bezoekers over het vlonderpad langs de vijver voeren, hen terloops wijzen op een bloeiende iris of azalea tussen mostapijt  en rotsgesteente. Ze schuifelen bedeesd achter hem aan over het grindpad met betonstenen – verspringend gelegd om de (rechtlijnige) geesten te misleiden. Voorbij de lantaarn maakt hij een uitnodigend gebaar naar het waterbekken voor de rituele handwassing en opent dan de lage schuifdeuren van het theehuis.

… ze gebruikte de Shino [theekom] vaker, omdat ze vond dat zowel de rode als de zwarte Raku eigenlijk slecht bij gewone thee pasten … Dat is zo. Tegen zwart Raku kun je de kleur van gewone thee niet zien … Er lag een tere gloed over het witte Shino glazuur. Als je er even langer naar keek, leek het rood uit het wit op te lichten … De rand was heel lichtbruin. Op één plaats was het lichtbruin dieper van kleur … Was dat de plek waar men dronk? … Toen hij nog eens goed keek, leek het toch roodachtig te zijn … Hij zag nu, dat het bruinrood ook in de craquelure gedrongen was … De kom was beschilderd met alleen maar een paar dikke bladeren van planten in zwart met toetsen van groen en roestbruin … Ook de vorm van de kom was sterk en uitgebalanceerd …

Yasunari Kawabata
De duizend kraanvogels (1951)

 

Zaterdag 12 mei 2018 is een zonovergoten dag in DierenPark Amersfoort. Op het visitekaartje van Marjo Hoedemaker (72) staat senior zoo advisor vermeld. Vanuit zijn passie voor olifanten werkt hij sinds z’n veertiende in het dierenpark, laatstelijk als bedrijfsleider tot aan zijn pensionering en hij woont er ook. Driekwart van het jaar ligt zijn werkveld echter in de dierentuinen en wildparken elders in de wereld, van Oekraïne, Georgië en Macedonië tot in Congo, Zuid-Afrika en Sri Lanka, waar hij actief is als mentor en voor de ruil- en fokprogramma’s van dieren. Hij kent de geschiedenis van het Amersfoortse park, de levende have, de 100 vaste medewerkers, 250 oproepkrachten en 100 vrijwilligers als geen ander. Aan tafel en in het park vertelt hij enthousiast het verhaal over de oorsprong van het dierenpark, dat terug gaat tot het voormalige dierenpark in Wassenaar, de derde familiegeneratie  die het beheert (Wim en Jo Tertoolen, 1948 dierenpark Birkhoven), de 1 miljoen bezoekers in 2017 en het 70-jarig bestaan in 2018. Het is ontroerend om te ervaren hoe goed mens en dier in het park en op het kantoor van de backoffice elkaar kennen en met elkaar omgaan … Het verhaal van de Japanse tuin, het duurste hoekje van het park, begint met Kees Ouwens, vertelt Marjo. Als jongen was Kees hovenier in opleiding, oberde bij de horeca-gelegenheid en wilde naar Japan.

Tegenover de grote vijver lag een braakliggend terrein, dat vanwege de stijgende bezoekersaantallen eind jaren ’80 in cultuur gebracht zou worden. Na een inleidend bezoek aan Japan werd midden jaren ’90 besloten om het grotere gebied van 80 are rond de vijver geheel te Japaniseren en op het braak liggende terrein van 20 are bosgrond (zand) een Japanse tuin aan te leggen. In het grotere gebied kreeg de vijver, behalve 600 koikarpers (een geschenk van de aannemer), vermiljoenkleurige bruggen en op het eiland kwamen Japanse apen (makaken).

Voor het ontwerp van de Japanse tuin tekende Kees Ouwens, die zich inmiddels als beeldhouwer en tuinarchitect had gevestigd in Japan (website keesouwens.wordpress.com). De materialen werden uit Japan geïmporteerd, Japanse vaklieden werden ingevlogen (en ontmoetten hier de vader van Nijntje). Voor de positionering van de keien (uit Oostenrijk en Zwitserland) werd gebruik gemaakt van een traditionele driepoot. De tuin werd in 3 maanden aangelegd en ter ere van het vijftigjarig bestaan van het dierenpark in 1998 geopend voor publiek.

De Japanse tuin van 20 are in DierenPark Amersfoort bestaat uit een groene wandeltuin met afzonderlijke paden van natuursteen, een vijver en een zen-tuin. De altijd bloeiende wandeltuin bevat onder meer een honderdjarige Japanse esdoorn met een dubbele s en enkele stenen sculpturen van Kees Ouwens. De schildpadvormige vijver aan de voet van een opgaande keienwand wordt bevolkt door koikarpers en kraanvogels. De zen-tuin is een hortus concluses, waar regelmatig groepen mediteren. Het snoeionderhoud van de tuin gebeurt door medewerkers van het dierenpark, die hiervoor zijn opgeleid door een Koreaanse specialist …

Wat het werk van Kees Ouwens betreft, hij is ook verantwoordelijk voor de theetuin en omgeving van het Japans centrum Shofukan in Rotterdam.

De Japanse tuin aan de Entoshof op de zandgrond van het Overijsselse Rijssen is in 2000 ontworpen en aangelegd door huiseigenaar en fotograaf Arjan Baan, die als hobby ook bonsai kweekt. Voor belangstellenden heeft hij twee filmpjes van de tuin op youtube gezet. De tuin is gepubliceerd in het tijdschrift vtwonen (oktober 2012). De tuin in haar oorspronkelijke vorm bestaat inmiddels niet meer. Het arbeidsintensieve onderhoud (bijhouden, reparaties, tijd en kosten) en de behoefte aan verandering heeft geleid tot een ingrijpende versobering ten koste van het Japanse karakter van de tuin.

 

Wandel of eet tussen de bonsaibomen, jonge bamboescheuten en bloeiende azalea’s in de schitterende binnen-tuinen van de Japanse watertuin … Met deze woorden nodigt restaurant Watertuin in Naaldwijk haar gasten uit om te reserveren. Het restaurant met Japanse en andere keukens in een ambiance van Japanse tuinen, vijvers met koikarpers, volières met onder meer Japanse nachtegalen en een kinderspeelplaats, is in 2000 gerealiseerd in een aantal Westlandse kassen. Het geheel beslaat een oppervlak van 10 are, waarvan circa 7 are tuinen.

Op de zandgrond van de Friese Wouden in het dorp Boelenslaan (gemeente Achtkarspelen, bij Drachten) ligt de Hôfpleats, een tuin van 150 are (website dehofpleats.nl, hôf = fruit / boomgaard). Het gebied ligt verscholen tussen een coulissenlandschap van bomen. In deze oase van rust liggen zes verschillende tuinen resp. met kleurige borders, waterpartijen, een Engelse landschapstuin, een mediterrane tuin, een Franse tuin en een Japanse tuin. De Japanse tuin heeft een oppervlak van 15×30 m2, ofwel 4,5 are en is aangelegd in 2006 door de eigenaar, Minke Hoekstra. De tuinen van de Hôfpleats zijn op afspraak te bezichtigen, al dan niet in combinatie met mediteren, schilderen en andere activiteiten, koffie, high tea of een lunch.

De Japanse tuin op de Friese zandgrond in Oudega  is in 2010 aangelegd door Elverdink Hoveniers uit Garijp in opdracht voor een tuinrenovatie. In de omsloten ruimte van circa 3 are spelen de vijver en de decoratieve zigzag-brug met een Boeddhabeeld dat boven het water lijkt te zweven een grote rol. De beplanting rondom zorgt voor een rustig beeld. Toegepast zijn groenblijvende bodembedekkers zoals Sedum (vetkruid),  Japanse esdoorns, besdragende struiken, groenblijvende bamboe en passende bomen. Het hoofdterras is van natuursteen met ingelegde mozaïeken, de looppaden zijn van grind en op verschillende plaatsen zijn keien verwerkt.

Hotel Okura in Amsterdam heeft voor haar gasten twee Japanse tuinen, een buitentuin en een binnentuin. Ze werden ingericht door een gespecialiseerde hovenier, Herman Spijker uit Soest. De buitentuin werd na renovatie in 2016 traditioneel ingewijd door de shintomeester (kannusshi)  Paul de Leeuw uit Amster-dam. Deze buitentuin, die bij Okura de binnentuin wordt ge-noemd, bevindt zich op de begane grond. Het is een groene watertuin met keien en een droge waterval. De tuin grenst aan en is te bezichtigen vanuit het Michelin-ster restaurant Yamazato, maar niet toegankelijk voor de gasten. De binnentuin van circa 0,5 are (foto)  op de derde verdieping wordt Stone Garden genoemd en is gesitueerd bij het wellness-centrum Nagomi Spa (nagomi = kom tot rust).

Achter het rijtjeshuis in Gouda van Ramon Smit, zelf ooit opgeleid als tuinman, zit een Japans paradijsje verstopt van 7 x 20 m2, ontworpen in 2005 en uitgevoerd in 2015. Maar liefst 11.000 kg keien en een 30 m1 lang beekje zitten verwerkt in deze tuin. De tuin haalde het televisieprogramma Man bijt hond (15 mei 2015, website npostart.nl). Ramon houdt een facebookpagina bij waar hij liefhebbers van de tuin regelmatig op de hoogte brengt.

Op de stenen vloer van een lichte binnenruimte tussen het terras in de tuin en het café van museum De Pont in Tilburg staat een opvallend werk uit 1998 getiteld Crop (gewas) van de beeldend kunstenaar Roxy Paine … De levensechte papavers zijn het resultaat van intensief handwerk. Gemaakt van kunststof en met de hand beschilderd zien de planten en de bloemen er bedrieglijk natuurlijk uit. Het is geen toeval dat papavers de grondstof leveren voor geestverruimende middelen. De zinsbegoocheling zit hem echter niet in het daadwerkelijke gebruik van die middelen, maar in het besef, dat de planten, hoe echt ze ook lijken, allemaal nep zijn … Ceci n’est pas un jardin, zegt René Magritte niet.

 

Over een soortgelijke observatie schrijft Cees Nooteboom in Japan (2019) … De bloesems zijn niet echt, ze zijn in de kale, neurotische boompjes vastgebonden, een perversie. Dat was duizend jaar geleden ook al zo, lees ik in Genji, maar toen waren ze van papier, en niet van verderfelijk plastic … Leve de vergankelijkheid! Wie dat in plastic omzet is bezig zijn ziel te verliezen.

 

 

Miscanthus floridulus
Prachtriet of Chinees reuzenriet
Japanse melancholiek

Miscanthus floridulus groeit op rurale vlakten, langs de oevers van rivieren en roept bij Japanners een gevoel van melancholie op. De plant herinnert aan dingen die niet goed zijn gegaan. Met name de aanblik van een Miscanthus in een herfstnacht, de pluimen glanzend in maanlicht, wordt beschouwd als een symbool voor de dingen die voorbij zijn.

UITLEIDING

 bloesems in volle bloei –
flanerende getrouwde vrouwen,
slenterende monniken

Matsuo Bashō (1644-1694)
Geluid van water – haiku

 

Ten slotte blijft de vraag: Wat maakt een tuin tot een echte Japanse tuin? Waren de beperkte reikwijdte en diepgang van mijn zoektocht, alsook de relatief gebrekkige geologische, botanische en kunsthistorische documentatie van de meeste tuinen wel toereikend om die vraag te kunnen beanwoorden? Is de Japanse tuinarchitectuur hoe dan ook niet schatplichtig aan de Chinese tuinkunst? Hoe kunnen we de geobserveerde tuinen – als een gedicht, een schilderij of een sculptuur, als spel van tegenstellingen, maar ook als metafoor, als am-biance, als Japanse look and feel of met Nederlandse citaten – interpreteren en waarderen, al dan niet vanuit goede smaak? Is de bandbreedte niet te groot om eenduidig te kunnen bepalen wat al dan niet tot een esthetische canon van authentieke Japanse tuinen of tuinelementen  zou  behoren? Verder, las ik ergens, krijgen de dingen slechts waarde voor ons voor zover wij ze kunnen bevatten. Hoe bijvoorbeeld te denken over botanische beeldtaal van literaire canons, die weinigen nog zullen verstaan? Er zijn meer vragen dan antwoorden, zo lijkt het.

Een en ander neemt niet weg, dat er misschien wel twee meer algemene conclusies getrokken zouden kunnen worden:

1) Een echte Japanse tuin is een kunstwerk, zo niet een Gesamtkunstwerk, een ideaal samenspel van alle kunsten, zoals dat bij een kathedraal, een opera of een speelfilm het geval kan zijn en

2) Je moet eerst ontdekken dat je met bepaalde ver-wachtingen naar een werk [een tuin] kijkt voordat je die verwachtingen los kunt laten. Lukt het je ze los te laten, dan levert je dat nieuwe kijkmogelijkheden op.

Deze aansporing is ontleend aan Filosofie van het kijken – kunst in ander perspectief (2009) van Mieke Boon, hoogleraar Filosofie van wetenschap in praktijk aan de Technische Universiteit Twente. Het voegt de meditatieve handeling van het loslaten toe aan het advies van Haruki Murakami aan het begin van deze opstellen: Observeren, observeren en nog eens observeren, en het oordelen zo lang mogelijk uitstellen. Zo vormen observeren, loslaten, opnieuw observeren, loslaten en zo voort een her-haalbare cyclus, waarin het oordeel zich langzaam maar zeker kan oplossen.

Tijdens mijn zoektocht heb ik mogen meewandelen en verpozen bij kenners, professionals en liefhebbers van Japanse tuinen, die ik hier graag nogmaals hartelijk dank voor de gegeven hulp en inspiratie. Het zijn, in alfabetische volgorde van hun achternamen: Arjan Baan, Fenna Baarda, Wim Boot, Joop Breedvelt, Juul van Dam, Sara Davidson, Rob Dol, Titia van der Eb-Brongersma, Adriaan Geuze, Anne Elverdink, Tim Floor, Martha Goedings, Marij en Joseph Geenen, Klaas de Haan, Marjo Hoedemaker, Minke Hoekstra, Ingrid Houtkooper, Wybe Kuitert, Yvette Leta, Ton Magielsen, Marco van Nijnatten (vormgeving), Marijke en Piet Patings, Jessica van Peer, Marieke Pollmann, Wilma Scholte (vertaling), Henriette Sillje, Ramon Smit, Bente Spigt, Herman Spijker, Melany Tegelberg, Carla Teune, Ciska van Winsen (eindredactie) en Yanaika Zomer.

 

VERANTWOORDING

 

een voorjaarsdag –
bamboebezem in de hand,
zonder te vegen

Kishimoto Naoki (1961)

 

Inspiratiebonnen bij het schrijven van de opstellen waren Lof der schaduw (1933) van Junichirō Tanizaki en De acht bergen (2016) van Paolo Cognetti. Bij de vormgeving waren dat Het boek van het gedrukte boek – een visuele geschiedenis (2012) van Mathieu Lommen, en Irma Boom als vaste waarde. Bij het redigeren van de teksten is, in navolging van Jacob Grimm, Junichirō Tanizaki, José Saramago en andere schrijvers, een sobere interpunctie toegepast … De bronnen van citaten, geraadpleegde literatuur en de herkomst van illustraties worden hierna verantwoord per onderdeel. De paginanummers verwijzen naar de boekuitgave.

Auteur: Maarten Valkenburg

Noot van de redactie: Alle delen “Op zoek naar Japanse tuinen”  die op de website zijn geplaatst zijn ook gebundeld in een boekje. U kunt het boekje aanschaffen via deze link bij bol.com

 

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.