Het verhaal van

Uit onze nieuwsbrief in de serie “HET VERHAAL VAN…”:

Joke Meerman

Over het IJ varen de ponten van het GVB zonder ophouden heen en weer tussen het Centraal Station en de noordkust van de republiek Amsterdam. Het is zaterdag 14 januari 2017, een kille dag en het regent. Water is ook het thema dat ons vandaag verbindt met EYE, het Filminstituut Nederland, beter bekend als het Filmmuseum, een iconische creatie uit 2012 van de Zwitserse architecten Herzog & De Meuron. Daar wordt als eerbetoon aan de op 10 mei overleden regisseur Louis van Gasteren (1922 – 2016) de film IN EEN JAPANSE STROOMVERSNELLING (speelduur 85 minuten) uit 2002 gedraaid in filmzaal 2. Joke Meerman, die samen met haar toenmalige echtgenoot verantwoordelijk was voor het scenario en de productie, leidt de film bij ons in met de volgende woorden.

Geachte leden van de Nederlands-Japanse Vereniging, geachte dames en heren,

Kent u de Conradstraat in Amsterdam of andere plaatsen. De Krayenhoffstraat? De Blankenstraat? Deze straten zijn vernoemd naar Nederlandse waterbouwkundigen, die in de 19e eeuw grote infrastructurele werken in Nederland tot stand hebben gebracht. Houdt een enquête met de vraag aan de bewoners wie deze heren waren en vrijwel niemand zal deze vraag kunnen beantwoorden. Hoe anders is dit in Japan. Daar staan standbeelden van Nederlandse ingenieurs, die in de 19e eeuw in Japan hebben gewerkt. Musea zijn naar hen vernoemd. Werkgroepen zijn druk doende hun nagelaten werken in ere te houden.

Louis van Gasteren is altijd gefascineerd geweest door water en techniek, culminerend in de ontstaansgeschiedenis van dit natte deltaland. Hij had grote bewondering voor de pogingen om dit natte land droog te maken en te houden. Water en techniek brachten hem naar de Amsterdamse burgemeester Johannes Hudde, die samen met Christiaan Huygens in de 17de eeuw eb en vloed in het IJ begon te meten om zodoende de hoogte van de zeedijken te kunnen bepalen. Want de kelders liepen onder in de Warmoesstraat. Het zeewater moest worden gekeerd. De uitkomst van de metingen noemde men het Amsterdamse Peil. In de loop van de tijd werden de grote rivieren en alle plaatselijke peilen aangesloten op dit Amsterdamse Peil. Het ging in de 19de eeuw het Normaal Amsterdams Peil heten, ofwel het NAP. Het Amsterdamse Peil werd tot norm verheven, Normaal Amsterdams Peil en dus niet Nieuw Amsterdams Peil. Deze lange inleiding leidt tot Japan. Dit land had ook een peil: in het Japans het Tokyo Peil. Toen van Gasteren dit hoorde was hij stomverbaasd. “Hoezo Tokyo Peil? Peil is toch een Nederlands woord?” Ziedaar de opmaat voor boek en film IN EEN JAPANSE STROOMVERSNELLING, waar hij van pakweg 1990 tot 2000  aan heeft gewerkt.

Wat u straks gaat zien is een typische Louis van Gasteren-film. Het gaat over water, zijn grote fascinatie, er zijn veel helicoptershots voor het overzicht en de documentaire wordt afgewisseld met speelfilmscènes. Er is een film in de film, Far Away genaamd, Ver weg. Want de Nederlandse ingenieurs waren ver weg. Zij voelden zich ontheemd in een vreemde cultuur, in een vreemde geofysieke werkelijkheid, die weinig te maken had met het vertrouwde deltaland. “Die eeuwige rijst met Japansche thee”  verzuchtte ingenieur Lindo in een van zijn brieven.

Terug naar Japan in de 19e eeuw. De geschiedenis van de modernisering van Japan mag ik in dit gezelschap bekend veronderstellen. Begonnen door het shogunaat in het midden van de 19de eeuw, werd deze politiek voortgezet door Keizer Meiji. Kennis vergaren – uit het westen – om de staat te versterken en geen prooi te worden van westers kolonialisme. En zo geschiedde, dat begin 1870 twee Nederlandse ingenieurs werden uitgenodigd om in Japanse dienst te treden. Ingenieur Cornelis ofwel Kees van Doorn, een oude rot, die ook in Nederlands-Indië had gewerkt en de jonge onstuimige Isaac Lindo. In eerste instantie zouden zij havens moeten verbeteren. Voor de grote westerse stoomschepen natuurlijk. Let wel: zij waren in dienst van de Japanse regering. Het Japanse departement van waterzaken maakte de dienst uit. Een ondergeschikte positie voor onderdanen van een koloniale mogendheid. Om überhaupt iets te kunnen uitrichten, hadden zij een vast meetpunt nodig: een peil. Zij begonnen dus met meten. De uitmondingen in de oceaan van de Tone en Edo rivieren werden uitverkoren tot nulpunt en werden zo de basis van het Tokyo Peil.

IN EEN JAPANSE STROOMVERSNELLING is als film (nog) niet verschenen in een handelsuitgave, maar het in 2000 verschenen boek met dezelfde titel is nog steeds verkrijgbaar (ISBN 9789057300769, 555 blz.).

Daarnaast deden zij een uitgebreid onderzoek naar beide rivieren. Hoe groot was de stroomsnelheid, hoe was het gesteld met verzanding en vergrinding, ofwel hoe was het gesteld met de bevaarbaarheid en hoe kon deze worden verbeterd? Uiteindelijk werkten tien Nederlandse waterbouwkundigen in Japan: zij diepten havens uit, reguleerden rivieren, verhoogden en verstevigden dijken. Onder deze tien bevonden zich vier zogenaamde rijswerkers. Hun specialiteit om kribben van rijshout in de rivieren te maken en rijsmatten als ondergrond voor dijken en dammen, wordt in Japan nog steeds de Hollandse methode genoemd. In Japan worden de Nederlanders, als gezegd,  vanwege deze werkzaamheden hoog gewaardeerd. Hun graven, voor zover in Nederland, worden nog steeds regelmatig door Japanse delegaties bezocht. Overigens voelden de ingenieurs tijdens hun leven deze erkenning niet. Johannis de Rijke, die dertig jaar in Japan heeft gewerkt, schrijft in een brief van 7 juni 1884 aan George Escher – de vader van de graficus Escher – met wie hij in Japan had samengewerkt en die inmiddels weer teruggekeerd was in Nederland: “Ik schaam er mij over dat de wereld nooit iets hoort van de Hollanders in Japan.” Zij hadden niet op Louis van Gasteren gerekend.

 

Maarten Valkenburg

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten