Verslag van een reis naar Japan

In 1993 maakte ik kennis met Japan, hoewel alleen nog via briefwisselingen.  Wat was het geval? In het noordoosten van Japan, aan de Rikuchu-kaigan kust, een idyllisch mooie kuststrook langs de Stille Oceaan, ligt het dorp Yamada. Door de rijke visgronden is visindustrie de lokale economie.Het eerste contact tussen Nederlanders en de inwoners van Yamada was in 1643. Het VOC-schep Breskens voer in dat jaar de baai van Yamada binnen. Voor een volledig historisch verslag hiervan verwijs ik graag naar het proefschrift van professor Reinier H. Hesselink ‘De gevangen van Nambu. Een waar geschied verhaal over de VOC in Japan’. Professor Hesselink bezocht Yamada langdurig en vele malen.

In 1993 werd deze gebeurtenis van 350 jaar daarvoor in Yamada herdacht en gevierd. Aanwezig waren o.a. de Nederlandse ambassadeur Roland van den Berg, Reinier Hesselink en namens het Nederlands koningshuis Erik Hazelhoff Roelfzema. Yamada was natuurlijk zeer onder de indruk dat deze ‘Soldaat van Oranje’ in hun dorp aanwezig was. Tijdens dit officiële bezoek maakte de burgemeester van Yamada kenbaar, dat het dorp de banden met Nederland wilde versterken. Tenslotte was hun eerste contact met Nederlanders al ten tijde van de hofreizen van Nagasaki naar toenmalig Edo.

Als eerste stap om deze wens te realiseren wilde Yamada voor een speciale viering in 1995 een Nederlands junioren voetbalteam uitnodigen om wedstrijden te spelen tegen teams van twee middelbare scholen. Om gevolg te geven aan deze bijzondere uitnodiging nam Erik meteen het initiatief. Hij was al sinds zijn jeugd lid van de Koninklijke Haagse Cricket & Voetbal Vereniging en wilde graag dat ‘zijn’ club hiervoor uitgenodigd zou worden! Erik en ik kenden elkaar goed en mijn geluk wilde, dat ik op dat moment voorzitter was van de jeugdafdeling voetbal. Erik vroeg mij of ik bereid was dit plan verder uit te werken. Dat was ik zeker en zie daar mijn kennismaking met Japan. Twee jaren van intensieve voorbereiding volgden en in augustus 1995 reisde het team, onder begeleiding van vier volwassenen, naar Yamada. De aanwezigheid van de delegatie uit Den Haag én die van mevrouw Gertie Mulder namens onze ambassade, werd groots gevierd. Naast de vele officiële plechtigheden was er ook ruimte voor ontspanning: een wedstrijd fierljeppen! Díe wedstrijd werd gewonnen door de Haagse boys, de voetbalwedstrijden waren duidelijk in het voordeel van de scholieren in Yamada. Goh, wat waren ze behendig en snel!

Bij dit eerste bezoek aan Japan verloor ik mijn hart aan het land en na terugkeer vertelde iets in mij dat dit niet de eerste en enige keer zou zijn dat ik dit fascinerende land zou bezoeken. In 1997 ging ik terug met mijn echtgenoot Paul die, tot mijn grote blijdschap, net zo verliefd werd op het land als ik. Nu, in 2017, waren wij er voor de 18e maal. Begin 1994 werd het contact tot stand gebracht tussen de Yamada Junior High School en het Christelijk Lyceum Zeist. Eriks echtgenote Karin is een nicht van de toenmalige conrector van het lyceum. De communicatie bestond uit het heen en weer zenden van tekeningen die de leerlingen zelf maakten, later gevolgd door bezoeken uit Zeist. Yamada heeft zich sterk ingezet voor de totstandkoming van een band met een plaats in Nederland en dat werd Zeist. De officiële vriendschapsband werd in juni 2000 door beide burgemeesters in Yamada ondertekend.

Orandajima met Yamada in wederopbouw

En toen, op 11 maart 2011, verwoestte de Grote Oost-Japanse Ramp de dorpen langs de Rikuchu-kaigan kust. Ook Yamada werd bijna geheel door water en brand verzwolgen. In augustus van dat jaar bezochten wij Yamada en zijn we met onze huurauto langs de hele kust gereden, die we zo goed kenden. Het was de meest onwerkelijke week in ons leven. Wat wij aantroffen kan nauwelijks in woorden worden weergegeven. En naast ruim 100km puinhopen en kaalslag, was er het intense verdriet van de overlevenden. Verdriet om het verlies van hun dierbaren en van hun vertrouwde omgeving die op die ogenschijnlijk rustige vrijdagmiddag in maart 2011, onvertrouwd werd.

Ondertussen vordert de wederopbouw gestaag, men hoopt in Yamada in 2020 het nieuwe dorp te hebben voltooid. Onderdeel van die wederopbouw waren een nieuwe oesterhut en vervanging van het verwoeste gebouw voor naschoolse opvang van een van de lagere scholen. Een nieuwe oesterhut stond hoog op de wensenlijst, omdat er dringend behoefte was aan toch tenminste één plek waar de inwoners samen konden zijn. De bouw werd gestart maar het budget was ontoereikend, zo bleek gaandeweg. Een Japanse multinational in Leidschendam was bereid mij het ontbrekende bedrag te schenken. De Kakigoya verrees, inclusief de zo gewenste overkapping van het terras en het buitenmeubilair. Ook heb ik een internationale organisatie om hulp gevraagd voor de bouw van een naschoolse opvang. Dat resulteerde in de oprichting van een stichting van Nederlandse multinationals, die met hun financiële en menselijke inbreng een prachtig nieuw gebouw hebben gerealiseerd: het Orandajima House.

In de baai van Yamada ligt een eiland dat al in 1964 werd omgedoopt van Ōshima (Grote Eiland) naar Orandajima (Holland Eiland). De stichting bestaat uit Nederlandse bedrijven én de nieuwe naschoolse opvang kijkt uit op het eiland, daarom werd de naam Orandajima House gekozen. Het gebouw werd in 2014 geopend, in aanwezigheid van plaatsvervangend ambassadeur in Tokio, mevrouw Nienke Trooster.

Ter gelegenheid van de opening van het Orandajima House heeft de NJV o.a. speelgoed gezonden. Een jaar daarvoor schonk de NJV al geld voor de aankoop van verloren gegane muziekinstrumen-ten van de Yamada Brass Band, het jeugdorkest dat nationale concours wist te winnen en in 2000 heeft opgetreden in het Concertgebouw in Amsterdam. Als dank voor de schenkingen is de NJV vermeld op de plaquette bij de ingang van het gebouw.

Orandajima House

Naast al onze belevenissen met en in Yamada, hebben wij Japan van oost naar west en van noord naar zuid doorkruist; maar we hebben natuurlijk toch nog lang niet alles gezien. Dit jaar besloten we voor Okinawa én voor het feest van de herkenning: Kyoto en Tokio. Vooral in Kyoto, vinden wij, raak je niet verzadigd: nog eens genieten van je favoriete plekjes en tot de conclusie komen dat ze nog net zo fraai zijn als ze in je herinnering leven. En en passant stuiten op het niet-verwachte: er is zoveel verscholen moois, er zijn zoveel nog niet door toeristen bevolkte plekken met een bijzondere geschiedenis, plekken die zomaar achter de drukke straten genieten van hun onverstoorde stilte en uitstralen dat ze dat ook graag zo willen houden.

En dan op zoek naar eeuwenoude winkeltjes zoals theewinkel Ippo-do, al sinds 1715 gevestigd in Teramachi-dori; het oorspronkelijke pand werd door de grote brand in 1864 verwoest, waarna aan de overkant van de straat de huidige winkel verrees. En Takasebune, het piepkleine restaurant in een zijstraatje van Shijo-dori, waar de derde generatie Okajima hun overheeerlijke tempura serveert. En Iriyama Tofu in de buurt van het provinciehuis, waar de negende generatie Iriyama in een eeuwenoud en overvol winkeltje waar alles oud, roestig, krom en scheef is, tofu bereidt en roostert volgens hun oorspronkelijk recept.

Tokashiki Island

Ik kan nog meer noemenswaardigs in Kyoto vermelden, maar de ruimte ontbreekt daarvoor want ik wil ook nog vertellen over Okinawa. Het eiland heeft veel natuurschoon, van de hoofdstad Naha waren wij helaas niet erg gecharmeerd. We hebben over het hele eiland gereden, alles gezien wat je zou moeten zien en bezochten in Tomigusuku het ondergrondse hoofdkwartier van de Japanse Marine tijdens de Slag om Okinawa. We zijn overgestoken naar Tokashiki Eiland, zo’n drie kwartier varen op de Pacific, hebben daar een scooter gehuurd en intens genoten van de uitbundige flora en adembenemende uitzichten op koraalriffen en glashelder azuurblauw zeewater. Wat een onvergetelijk feestje!

Ter afsluiting een aantal dagen Tokio, waar wij in ons favoriete hotel, gelegen in Minato-ku, onze voeten de rust hebben gegund die zij verdienden. Het hotel heeft een prachtig open binnenterras op de 14e verdieping. Met onze snoet in de zon hebben we onze reis nog een keer gezien, gehoord en gevoeld, ondertussen genietend van de oorverdovende stilte van dit plekje in overvol en nooit-rustend Tokio.

Tekst en Foto’s: Conny Jongbloed-Reinders
(penningmeester NJV)

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten